Sociale-angststoornis

                                                  Sociale-angststoornis



Mensen met een sociale-angststoornis voelen zich zenuwachtig of gespannen in situaties met andere mensen. Sociale angst is een heel normaal gevoel. Meer dan 90% van de mensen voelt zich wel een ongemakkelijk of zenuwachtig als er anderen bij zijn. Gewone angst wordt pas een sociale-angststoornis als deze het normale leven gaat beheersen. Iemand kan bijvoorbeeld zo zenuwachtig of gespannen zijn dat gewone, dagelijkse dingen lastig worden, zoals zaken met instanties regelen, maar ook een opleiding volgen of werken en het aangaan of onderhouden van vriendschappen en relaties. Mensen met een sociale-angststoornis kunnen zich gespannen voelen in sociale situaties die bijna iedereen moeilijk vindt, zoals een presentatie geven, maar ze kunnen zich ook in meer alledaagse sociale situaties gespannen voelen. Voorbeelden daarvan zijn het afrekenen bij de kassa, een gesprekje voeren met iemand die je nog niet zo goed kent, praten over persoonlijke dingen met vrienden, meepraten in een groep, over straat lopen, aan een collega iets vragen wat je niet weet, bellen met instanties, blozen, trillen, zweten of stotteren als je met anderen praat, eten terwijl anderen je zien eten, in het middelpunt van de aandacht staan en nog tal van andere situaties. Sommige mensen met een sociale-angststoornis vinden enkele situaties moeilijk, anderen voelen zich angstig of gespannen in bijna alle situaties met andere mensen. Ze zijn vaak geneigd om sociale situaties uit de weg te gaan of om zich wat terughoudend of verlegen te gedragen in sociale situaties. Maar anderen reageren door juist heel druk of lollig te doen en voeren uit angst juist de boventoon in gesprekken.


Een sociale-angststoornis komt veel voor. In België is ongeveer 8% van de bevolking (dus bijna 1 op de 10 mensen) gedurende een periode in zijn of haar leven zo angstig of gespannen in sociale situaties dat het zijn of haar leven gaat beheersen. Meestal zijn mensen met een sociale-angststoornis al van kinds af aan gespannen in sociale situaties, maar bij sommige mensen ontstaat het pas later in hun leven.



De behandeling


De kern van de sociale-angststoornis bij mensen die hieraan lijden, is de angst dat anderen iets negatiefs over hen denken. Uit onderzoek weten we dat mensen met een sociale-angststoornis de kans overschatten dat anderen hen negatief beoordelen. Ze denken dus sneller en vaker dan anderen dat ze dom, raar, zwak, irritant, saai, oninteressant of arrogant gevonden worden. Daarnaast weten we ook dat ze gevoeliger zijn voor deze negatieve beoordeling: ze vinden het erger dan anderen als iemand iets negatiefs over ze denkt. Deze denkpatronen zorgen ervoor dat de sociale angst in stand blijft en niet vanzelf overgaat. Studie laat zien dat het noodzakelijk is om deze beide denkpatronen aan te pakken in de behandeling van een sociale-angststoornis. De aangeboden behandeling richt zich specifiek op het veranderen van deze denkpatronen.


Deze therapie is bedoeld om anders te leren denken in sociale situaties, zodat je je minder angstig gaat voelen en minder ongemakkelijk gaat gedragen. In deze therapie zullen we aan de hand van een stappenplan gaan kijken hoe je sociale situaties interpreteert en hoe je die anders zou kunnen interpreteren. Dit doe je met behulp van een aantal eigen situaties: situaties die je moeilijk vindt en die je samen met de therapeut formuleert. Eerst zal je samen met de therapeut in één of twee sessies de behandeling voorbereiden. Daarna leer je met het stappenplan systematisch jouw denkpatronen goed te onderzoeken en te veranderen. Vervolgens ga je er actief op uit om in het dagelijks leven deze denkpatronen aan te pakken. Van deze behandeling weten we inmiddels dat ze effectief is.