OCS (OCD)

                  Obsessieve Compulsieve Stoornis


De obsessieve compulsieve stoornis staat ook bekend als ‘dwangstoornis`. Het is een verkeerde en uit de hand gelopen manier van omgaan met spanning. Dwanggedachten (obsessies) zijn steeds terugkerende, indringende gedachten of beelden die iemand als ongewenst of onaangenaam ervaart en probeert kwijt te raken. Het gedrag waarmee de persoon er vanaf probeert te komen, noemen we dwanghandelingen. Bij een dwangstoornis is meestal sprake van een vaste volgorde: 1) bepaalde gedachten komen uit het niets op, 2) deze gedachten worden als walgelijk ervaren, 3) de drang ontstaat deze gedachten te onderdrukken of uit te bannen, en 4) tegelijkertijd ontstaat de drang deze gedachten te neutraliseren door middel van bepaalde dwanghandelingen. Het is een terugkerende cyclus die beperkend is voor het dagelijks functioneren van de persoon zelf; ze worden als opdringerig en ongewenst ervaren. Soms kan het ook voor de omgeving lastig zijn. Een voorbeeld hiervan: als je jouw handen vaak wast, doe je dat omdat je bang bent besmet te raken of anderen te besmetten. De stoornis kan ontstaan zijn door overmatig verantwoordelijkheidsbesef, doordat je alles goed wil doen, of uit bezorgdheid voor de mensen om je heen.


Veelvoorkomende dwanggedachten gaan erover dat je:

●  Gevaar loopt te worden besmet

●  Iets bent vergeten te doen

●  Dingen in een bepaalde volgorde moet zetten

●  Een vergissing over het hoofd hebt gezien

●  Per ongeluk iemand iets hebt aangedaan

●  Ieder moment iets raars of onfatsoenlijks kunt zeggen of doen


Als je een dwangstoornis hebt, heb je het gevoel dat je deze onaangename gedachten niet in de hand hebt. Mensen met een dwangstoornis zijn zich er gewoonlijk wel van bewust dat er iets irrationeels aan hun gedachten is, maar toch worden de gedachten daar niet minder dwingend door. Dwangvoorbeelden zijn: ieder contact met vuil vermijden, extreem perfectionisme, steeds weer handen wassen, voortdurend de deursloten controleren, allerlei onnodige spullen bewaren, of voortdurend geruststelling van anderen vragen.


Tussen de een en twee procent van de volwassen Belgen krijgen ooit een dwangstoornis. De stoornis ontwikkelt zich vaak laat in de puberteit of op jong volwassen leeftijd. Ongeveer 80% van de mensen met een dwangstoornis wordt depressief. Dwanggedachten en -handelingen kunnen binnen een relatie tot grote spanningen en conflicten leiden.



De behandeling


Uit verschillende studies is gebleken dat 60 tot 90% van de mensen met een dwangstoornis baat hebben bij cognitieve gedragstherapie. De beide blokken (gedragstherapie en cognitieve therapie) vullen elkaar goed aan en zijn afzonderlijk op hun effectiviteit onderzocht en ook effectief gebleken. Waar de gedragstherapie zich richt op de dwanghandelingen, richt de cognitieve therapie zich op de dwanggedachten. Belangrijk is te bedenken dat er in de behandeling veel geleerd en geoefend zal worden. Er wordt ook steeds gewerkt met oefeningen die thuis uitgevoerd moeten worden. De behandeling bestaat uit 12 sessies.