GAS

                      Gegeneraliseerde angststoornis


De belangrijkste klacht bij de gegeneraliseerde angststoornis (GAS) is het voortdurend piekeren over steeds weer andere zaken die kunnen gebeuren. Is de ene zorg over, dan komt er wel weer iets anders om over te piekeren. Pogingen om het piekeren te stoppen lukken vaak niet, of hooguit voor een korte tijd. Soms vind je afleiding, bijvoorbeeld door te sporten of een spannende film te kijken, maar zodra je tot rust komt dringen de gedachten zich weer op. Het piekeren wordt daarom vaak ervaren als onbeheersbaar. Het gepieker bestaat vaak al jarenlang, veel mensen met een GAS geven aan ‘eigenlijk al hun hele leven een piekeraar’ te zijn geweest. Door het aanhoudende gepieker over allerlei dingen, ontstaan vaak klachten als rusteloosheid of zich opgejaagd voelen, moeite met inslapen en/of vaak wakker worden, zich vermoeid voelen, prikkelbaarheid, concentratie- of geheugenproblemen en spierspanningsklachten. Gegeneraliseerde angst komt vaak voor. Naar schatting krijgt ruim 5% van de mensen er in de loop van hun leven last van. Helaas wordt de diagnose nog vaak 'gemist'. De klachten worden regelmatig als lichamelijk probleem behandeld. Dit komt doordat veel mensen die aan deze stoornis lijden naar de huisarts gaan vanwege hun nervositeit, vermoeidheid of slaapproblemen.


Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw bleek de GAS in vergelijking met andere stoornissen niet zo goed behandelbaar. Inmiddels is daar verandering in gekomen. Je krijgt een speciaal voor de GAS ontwikkelde behandeling aangeboden: de metacognitieve therapie. Die behandeling is in wetenschappelijk onderzoek erg effectief gebleken. Tussen de 70 en 80% van de cliënten met GAS is hersteld na deze vorm van behandeling. De behandeling is niet direct gericht op het piekeren zelf, maar de manier waarop u over piekeren denkt, de zogenaamde metacognities. Want door de manier te veranderen waarop u over piekeren denkt, blijkt het piekeren zelf te verminderen. Die aanpak blijkt effectiever dan behandelingen die zich wel op het piekeren zelf richten.



De behandeling


De therapie bestaat uit maximaal 14 sessies. Het is geen therapie waarin alleen gepraat wordt over klachten of uw verleden; het is een ‘doe-therapie`. Dat betekent dat je gaat leren hoe je anders over het piekeren kunt denken, en hoe je op een andere manier met moeilijke situaties om kunt leren gaan dan erover te piekeren. Dat doe ik door je eerst uitleg te geven over andere manieren om met lastige situaties om te gaan en je vervolgens te vragen met de nieuwe methoden te gaan oefenen, eerst in de sessie en daarna thuis. Het voordeel is dat het tempo hoog is en er relatief weinig sessies nodig zijn. Het belangrijkste deel van de behandeling vindt immers thuis plaats. Nog belangrijker is dat je de geboekte vooruitgang aan jezelf kunt toeschrijven; je hebt de interventies geoefend en je hebt ze succesvol toegepast waardoor het beter met je gaat. En misschien is het allerbelangrijkste dat de kans op terugval kleiner wordt, want de geoefende technieken beheers je ook in de toekomst nog.